Sprachtest

Mit Hilfe unseres Sprachtests und auf Basis der Europäischen Sprachniveaus können Sie unverbindlich und kostenlos Ihr jetziges Sprachniveau bestimmen lassen. Den ersten Teil des Tests können Sie hier online ausfüllen und einsenden. Der zweite Teil ist mündlich. Um diesen Teil abzulegen und für ein persönliches Beratungsgespräch sind Sie an unserem Trainingsstandort in Amsterdam herzlich willkommen. Wenn Sie Ihre Telefonnummer hinterlassen, rufen wir Sie auch gerne zurück, um diesen Teil telefonisch durchzuführen.

Im Folgenden finden Sie eine Anzahl von Fragen. Bitte geben Sie die Ihrer Meinung nach richtigen Antworten ein. Wenn Sie keine Antwort geben können, lassen Sie bitte das entsprechende Feld frei.

1. Geben Sie die richtige Konjugation des Verbs ZIJN an.:
Ik ____ Peter en ik ben Nederlander.

Jij ____ Duitser.

Wij ____ cursisten.

John en Jane ____ nu in Nederland.

____ jij Belg?

____ jullie al lang in Nederland?

Zij ____ mijn lerares.

Het huis ____ groot.

____ wij op tijd?

Hij ____ Fransman.

____ U meneer Jansen?

2. Geben Sie die richtige Konjugation des Verbs HEBBEN an.
Ik ____ een nieuwe fiets.

Hij ____ veel geld.

Wij ____ vandaag les.

Zij ____ veel boeken.

Jullie ____ een mooie auto.

U ____ een mooie jas.

Het kind ____ veel speelgoed.

____ u even tijd voor mij?

____ hij geen woordenboek?

Het ____ geen haast.

3. Geben Sie die richtige Konjugation des Verbs ZIJN an.
Ik ____ Peter.

Gisela ____ uit Duitsland.

Peter en Mary ____ nu in Nederland.

Ik ____ Nederlands op school.

Ik ____ bij een bank.

____ jullie naar school met de auto?

Ik ____ mijn brood bij de bakker.

Mijn tante ____ veel met de trein.

Ik ____ nooit naar de televisie.

____ jij vaak naar de radio?

Ik ____ graag boeken.

Een journalist ____ artikelen voor de krant.

Hij ____ graag pizza.

Günter ____ veel bier.

____ u mij zeggen hoe laat het is?

____ je vanavond met mij naar de film?

Hij wil zijn huis ____ ,want hij vertrekt naar Amerika.

Zij ____ vijf talen.

Zij ____ ieder jaar met vakantie naar Griekenland.

De lerares ____ erg goed: zij heeft veel ervaring.

Het ____ lekker warm, want de zon ____.

Hoe oud ____ meneer Jansen?

Hij ____ langs het strand.

Nederlanders ____ graag dropjes.

4. Geben Sie den korrekten Artikel an.
man

huis

boek

vrouw

jongen

meisje

school

mannetje

schrift

pen

tafel

broek

land

5. Geben Sie die korrekte Mehrzahl an.
stoel ____

boek ____

bord ____

tafel ____

jongen ____

meisje ____

man ____

vrouw ____

kind ____

broek ____

glas ____

duif ____

pop ____

boom ____

bom ____

kop ____

hoofd ____

staart ____

bed ____

gevaar ____

klant ____

verkoper ____

land ____

ei ____

hand ____

arm ____

been ____

6. Bitte geben Sie die korrekte Präposition an.
____ het huis zijn vier kamers.

Het boek staat ____ de kast.

De hond ligt ____ de tafel.

____ de tafel hangt een lamp.

____ welk adres woon jij?

Het gaat iedere dag ____ de auto naar school.

Hij is geboren ____ Duitsland.

Zij komt ____ Frankrijk.

Nederlanders praten veel ____ het weer.

Hij rent graag ____ het bos.

De poes springt ____ de tafel.

Het eten is klaar. We kunnen ____ tafel.

Hij schrijft een brief ____ zijn opa en oma.

Deze bloemen zijn ____ jou.

De man die ____ mij woont is mijn buurman.

De vrouw die ____ mij woont is mijn overbuurvrouw.

Die gele auto is ____ mij.

Hij sprong ____ zijn fiets en reed naar zijn werk.

Hij vond een portemonnee ____ straat en bracht die ____het politiebureau.

Ik wacht al een half uur ____ jou.

Gaan jullie ____ ons mee ____ vakantie?

Hij is ____ de hond ____ zijn buurman gebeten.

Hij heeft ____ de hond van zijn buurman gewandeld.

Hij zit nog ____ school.

We hopen ____ een mooie zomer.

Hij ligt ____ het ziekenhuis.

7. Welches Wort gehört NICHT in Reihe?
boek/schrift/pen/glas

man/lerares/kantoor/buurman

brood/appel/schrift/pizza

op/onder/van/over

Nederland/ Duits/België/Frankrijk

werk/beroep/strand/kantoor

lerares/buurvrouw/leraar/studente (twee mogelijkheden!)

slapen/rennen/fietsen/ zwemmen

vaak/nooit/dikwijls/meestal

rood/groen/wit/blauw

trein/tram/fiets/bus

appels/peren/salade/bananen

8. Was ist das Gegenteil dieser Adjektive?
groot

mooi

dun

donker

zwart

somber

veel

duur

meer

dicht

lui

gul

even

recht

makkelijk

vroeg

9. Lesen Sie den folgenden Text aufmerksam durch und beantworten Sie folgende Fragen. a.Sind die folgenden Aussagen zutreffend oder nicht?
Dieter en Tanja komen uit Duitsland. Zij wonen sinds drie maanden in Nederland, omdat Dieter hier een baan aan de universiteit kon krijgen. Hij is professor in de filosofie. In Berlijn was Tanja lerares Engels, maar hier in Nederland heeft zij nog geen baan. Zij wil graag weer voor de klas staan, maar zij spreekt nog geen Nederlands. Ook haar man kent de taal nog niet. Op zijn werk spreekt iedereen Engels. De universiteit biedt cursussen Nederlands aan, maar die lessen zijn maar twee keer in de week. Dieter en Tanja willen echter sneller Nederlands leren en daarom gaan zij naar een taleninstituut in het centrum van de stad, dat ook intensieve cursussen op individuele basis biedt. Hier krijgen ze gedurende twee weken zes uur per dag les. ’s Avonds maken zij hun huiswerk voor de volgende dag.

Dieter is professor in de wiskunde.
 waar niet waar

Op zijn werk spreekt iedereen Engels.
 waar niet waar

Het echtpaar gaat een intensieve cursus Nederlands volgen.
 waar niet waar

Het taleninstituut bevindt zich aan de rand van de stad.
 waar niet waar

10. Beantworten Sie die folgenden Fragen:

Waarom zijn Dieter en Tanja naar Nederland gekomen?

Welk beroep had Tanja in Duitsland?

Waarom volgen ze geen taalcursus aan de universiteit?

Vertel iets over de cursus die ze wel gaan volgen.

Daten

Vorname:
Nachname:
E-mail-Adresse:
Telefonnummer:
Firma:
Weitere Angaben:



Training Niederländisch fur expats

Unsere Trainer sind Muttersprachler und richten das Training auf Ihre individuellen Bedürfnisse und Ziele aus.

Training Niederländisch

Mitarbeiter Gesundheitswesen

Sie sind im medizinischen Bereich tätig und möchten nun im niederländischen Gesundheitswesen Ihrem Beruf achgehen? Lassen Sie eine Sprachbarriere kein Hindernis sein!
Spezielles Trainingspaket
Wir haben für Sie ein spezielles Trainingspaket zu einem günstigen Tarif zusammengestellt, um Ihre Sprachkenntnisse oder die Ihrer Mitarbeiter aufzubauen oder weiterzuentwickeln.